In 1845 is door Naber een nieuw orgel gebouwd waarin delen van het oude instrument zijn verwerkt. Het is niet bekend door wie dit orgel was gebouwd, wel bekend is dat Cornelis Gerritz uit Utrecht in 1551 het bestaande instrument met een bovenwerk heeft vergroot. In 1636 is het door de Amersfoortse orgelmakers Galtus Germer en Germer Galtus van Hagerbeer (vader en zoon) gerestaureerd en uitgebreid. In 1840 bleek het orgel in zo’n slechte toestand te zijn geraakt dat het niet langer meer te gebruiken was. Verschillende orgelmakers hebben een offerte ingediend om het bestaande orgel te restaureren en te verplaatsen binnen de kerk. Nadat de keuze op Naber was gevallen is in januari 1843 met hem een contract voor de bouw van een nieuw orgel gesloten; ondertussen waren de plannen van restauratie van het bestaande orgel gewijzigd in nieuwbouw met gebruikmaking van enkele delen van het oude orgel. In november 1845 is het orgel door Naber opgeleverd.

In 1903, 1925 en 1935 werkte J. de Koff uit Utrecht aan het orgel. Er werden toen een aantal registers vervangen door nieuwe. Het Bovenwerk verloor de Quintadeen 8 vt. en de Flageolet 1 vt., daarvoor in de plaats werden een Vioolprestant 8 vt. en een Voix Céleste 8 vt. geplaatst. In het Rugwerk moest de Dulciaan 8 vt. het veld ruimen ten gunste van een Echo-trompet 8 vt. Verder zijn diverse pijpen van het rugwerk vervangen door nieuwe. Rond 1900 is de pedaalomvang vergroot van c1 naar f1.

Bij de restauratie in 1969 door de Koff en voltooid door Flentrop is de oorspronkelijke dispostie weer in ere hersteld. Om het orgel wat meer helderheid te geven is op het Hoofdwerk een Scherp 3-4 st. toegevoegd. Het orgel stond tot 1969 opgesteld op het gotische oxaal uit 1480 dat daardoor ernstig beschadigd is, daarna is het orgel op een nieuwe galerij geplaatst aan de westzijde van de kerk en kon het oxaal hersteld worden. In 1995 is het orgel ten slotte grondig gerestaureerd door de Fa. Flentrop

Terug