Foto Goes

De Toren en Kerk

De Grote of Maria Magdalenakerk stamt uit de vijftiende eeuw, waarschijnlijk is er in die tijd ook een klokhuis in plaats van een toren geweest. Na een brand van de kerk in 1618 werd er in 1619-1623 de kerk herbouwd, toen heeft men op de viering een toren in de vorm van een grote dakruiter aangebracht.

De beiaard

De beiaard bezit 47 klokken, waarbij de zwaarste klok een F1 is van ongeveer 965 kg. zwaar. De twee zwaarste klokken zijn door Alexius Petit gegoten, de b1 en Cis2 in 1948 door klokkengieterij van Bergen. De overige klokken zijn in 1969 door klokkengieterij Eijsbouts gegoten. De geschiedenis van het klokkenspel van Goes gaat ver terug, reeds in 1332 bezit de stadhuistoren een klok en een uurwerk. Bij de herbouw van de kerk na de brand van 11 september 1618 besluit men om het klokkenspel een plek te geven in de nieuw te bouwen toren op het kruis van de kerk. Het is niet bekend wie de maker is van dit spel, maar de omvang is ongeveer 23 klokken. Jan Thomasz. van den Brande, een uurwerkmaker te Delft krijgt opdracht om een nieuw uurkerk te leveren. In 1762 besluit men een nieuwe beiaard te laten vervaardigen, De opdracht gaat naar een klokkengieter uit Someren, Alexius Petit. De gieter krijgt ondermeer als klokspijs de oude klokken uit het klokkenspel, bovendien 2 oude kanonstukken. De beiaardier van Goes, A.F. Groneman en de bekende stadsbeiaardier van Antwerpen Joannes de Gruitters reizen in de zomer van 1764 af naar Someren om de klokken te keuren. Daar aangekomen moesten de keurmeesters echter tot hun verbazing vaststellen dat de zware basklokken nog niet gegoten waren, en de klokken die wel gegoten waren nog ongestemd waren. Petit was van mening dat het stemmen het werk van de keurmeesters was, hij bezat niet de kunde om dit werk te doen. We gaan deze klokkengieter nog tegen komen ondermeer in Nijkerk. Terug in Goes gaven de keurmeesters hun verslag, de klokkengieter moest de klokken naar Goes sturen. Daar ging de stadsbeiaardier Groneman op instigatie van Petit toch zelf de klokken stemmen! Dit werd een grote mislukking. Uiteindelijk was het de Vlaamse klokkengieter Andreas Jozef van der Gheyn die een vrijwel nieuw klokkenspel zou gieten, met gebruikmaking van enige klokken gegoten door Petit. Zo kwam er in 1766 een beiaard tot stand van 40 klokken, over het werk van van der Gheyn had men niets dan lof! Helaas start het verval voor deze prachtige beiaard al snel. De belangstelling blijft bestaan, ook in tijden waar in andere steden de carillons in vervallen toestand in de torens hangen. In 1823 worden 3 klokken door klokkengieter Petit & Fritsen vervangen, twee klokken in 1868 door Van Bergen en in 1887 8 door klokkengieter Severinus van Aerschodt. Dit in een tijd dat men de kennis van het stemmen van klokken volledig verloren heeft. Toch slaat ook in Goes het verval van de beiaard toe, na 1884 is het onmogelijk om persoonlijk spel via het stokkenklavier te bedrijven, in 1910 plaatst Eijsbouts geheel in de geest van die tijd een pianoklavier in de toren. In 1930 vinden er grote herstel werkzaamheden plaats, er komt een nieuw uurwerk. Bovendien komt er een tuimelaarsysteem met stokkenklavier. Een achttal klokken worden vervangen, Eijsbouts betrekt die klokken uit de gieterij van de Duitse klokkengieter Petit & Edelbrock. Een gieter die prachtig gietwerk leverde, maar geheel onbekend is met het stemmen van klokken! Ook goot Eijsbouts zelf een aantal klokken. In 1943 word de beiaard door de Duitse bezetter gevorderd, op weg met een schip naar Duitsland laat men het schip echter zinken in het IJsselmeer. Na de oorlog word het schip met de klokken gelicht, en kon de beiaard terugkeren naar Goes. Echter niet alle klokken hebben het avontuur overleeft, klokkengieterij van Bergen krijgt de opdracht de beiaard te herstellen en aan te vullen tot 47 klokken. Toch kon deze bijeengeraapte beiaard weinig voldoening geven, in 1965 start men een actie om geld bijeen te brengen voor herstel en nieuwe klokken voor de beiaard. Men behoud slechts 4 klokken in de nieuwe beiaard, hoewel nog 2 klokken uit de oude beiaard goed bruikbaar waren. Deze worden echter gestolen tijdens opslag! Eijsbouts giet 43 nieuwe klokken, waardoor er een nieuwe beiaard ontstaat van 47 klokken. op 5 mei 1970 word het spel ingespeeld.

Restauratie in 2014 In 2014 is de beiaard gerestaureerd door de Fa. Eijsbouts. Bij die gelegenheid werd het carillon uitgebreid met een “es-klok”, de Sjoerd Tamminga-klok. Hierdoor komt het aantal klokken op 48. Verder werd een nieuw klavier geïnstalleerd, nieuwe klepels en nieuwe, gerichte tuimelaars. Daarnaast werd het carillon uitgerust met een nieuw (pneumatisch) automatisch spel.