De Bakenesser toren, horend bij de Haarlemse OL Vrouwe- of Bakenesser Kerk, dateert in zijn vroegste vorm uit de 15de eeuw. De Bakenesser beiaard telt 26 klokken volgens de reeks ais1 (419 kg)-cis2-chromatisch-cis4 die, omdat het spel in de midden-
toonstemming op basis gestemd is, op het klavier zijn aangesloten als a1-c2-chromatisch-c4.

De klokken werden in hoofdzaak gegoten door François Hemony, namelijk in 1660 de reeks cis2, d2, dis2,  f2 t/m c3, d3, e3 en fis3 t/m ais3; in 1661 de e2; in 1663 de ais1 en in 1664 de f3. Voorts goot zijn broer  Pieter in 1670 de drie discantklokjes b3, c4 en cis4, terwijl Eijsbouts tenslotte in 1972 de klokken cis3 en  dis3 in oorspronkelijke Hemony-stijl goot.

In 1579 was er al een beiaard, die zowel automatisch als persoonlijk bespeelbaar was.  In 1661 bestelde Haarlem een nieuwe beiaard voor de St. Bavotoren bij François Hemony, en twee jaar  later de uit 24 klokken bestaande beiaard voor de Bakenessertoren, eveneens bij Hemony.  Helaas raakte tegen het einde van de 18de eeuw het Bakenesserspel in verval. In de 19de eeuw werden
vrijwel alle Hemonyklokken verkocht. Slechts twee Hemony-klokken (ais1 en cis2) bleven in de toren  achter en aldus moest Haarlem het verlies van een prachtig cultuurmonument incasseren.

Na de tweede wereldoorlog kwam het herstel. Naar een idee van André Lehr besloot men in Haarlem om het nieuw op te stellen Bakenesserspel voorzover mogelijk volgens 17de-eeuwse inzichten in te richten. Het speelklavier kreeg een Hollands pedaal, naar het model van het oude klavier van de Amsterdamse Zuidertoren. Klepels, hamers, ophang- en speelinrichting (broeksysteem) werden naar oude voorbeelden gereconstrueerd. Als luidklok doet dienst een exemplaar van François Hemony uit 1663 met toon cis2. Deze klok is samen met de ais1 uit de beiaard het restant van de in de Franse tijd verkochte vroegere Bakenesser beiaard.

Speeltijd
Vrijdag: 11.30 u tot 12.00 u